Selecteer een pagina

Bomen gekapt

Op dinsdag 10 april zijn de werkzaamheden officieel begonnen met het kappen van de bomen op het perceel.

Positieve uitslag bezwaarschriften

Doordat er helaas onvrede bij huidige buurtbewoners bleef, zijn zij tegen het unanieme besluit van de Gemeente Beuningen in beroep gegaan en hebben zij gemeend dat de gang naar de voorzieningen rechter noodzakelijk was. Er zijn dan ook twee verzoeken voor een voorlopige voorziening ingediend tegen de kapvergunning en omgevingsvergunning voor bouwen. Dit hield in dat er geen werkzaamheden plaats konden vinden totdat de voorzieningenrechter een uitspraak had gedaan. Op 27 maart was de voorzieningenrechter in Arnhem echter snel klaar en heeft bekrachtigd dat de omgevingsvergunning voor bouwen en de  kapvergunning terecht zijn toegewezen, waardoor de werkzaamheden weer konden worden ingezet.

De gronden van het bezwaar tegen de bouwvergunning waren:

  1. Er loopt een beroepsprocedure bij de Raad van State tegen de bestemmingsplanwijziging om op dit terrein huizen te bouwen. Het verlenen van een omgevingsvergunning om reeds te starten met de bouw is daarom ook prematuur en dient minimaal gestopt te worden tot na de uitspraak van de Raad van State.
  2. Aanvullende gronden

Het klopt dat er een beroepsprocedure bij de Raad van State loopt tegen het vastgestelde bestemmingsplan “CPO Houtduiflaan Beuningen”. De indiener van beroep, heeft echter geen verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Raad van State om het inwerkingtreden van het bestemmingsplan te schorsen. Dit betekend dat het bestemmingsplan op 23 januri 2018 in werking is getreden. De aanvraag om vergunning aan dit bestemmingsplan (het geldende bestemmingsplan) getoetst. Uit deze toets is niet bebleken dat er een strijdigheid is met het bestemmingsplan. 

Uit artikel 2.10 lid 1 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht blijkt dat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen geweigerd moet worden als er sprake is van een weigingsgrond (limitatief imperatief stelsel). Aan de hand van de aanvraag hebben wij beoordeeld of er sprake is van een weigeringsgrond.

De weigeringsgronden zijn als volgt:

  1. Bouwbesluit
    De omgevingsvergunning hoeft niet op deze grond geweigerd te worden omdat met de ingediende stukken aannemelijk is gemaakt dat het plan voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012.
  2. Bouwverordening
    De omgevingsvergunning hoeft niet op deze grond geweigerd te worden omdat de activiteit ‘bouw’ voldoet aan de bouwverordening van de gemeente Beuningen.
  3. Bestemmignsplan
    Het bestemmingsplan geeft gezien het bovenstaande geen weigeringsgrond voor deze vergunning.
  4. Redelijke eisen van welstand
    De omgevingsvergunning hoeft niet op deze grond geweigerd te worden omdat er geen strijd is met de redelijke eisen van welstand. Uit de kaarten bij de Nota Ruimtelijke Kwaliteit blijkt dat het gebied waar de CPO wil gaan bouwen aangemerkt is als welstandsvrij. Er is geen advies nodig van de Comissie Beeldkwaliteit. Het plan is dan ook niet getoetst aan de redelijke eisen van welstand.

Er zijn voor deze vergunning geen weigeringsgronden en de vergunning is verleend.

Het stuk dat de buurtbewoners aanvullend hebben aangeleverd is het ingediend beroepsschrift tegen het bestemmingsplan. Hier wordt in deze procedure niet verder op ingegaan omdat deze zaak onder de Raad van State ligt. Dit is ook niet relevant in deze procedure nu het bestemmingsplan gewoon in werking is getreden en het bouwplan correct daaraan getoetst is.

 

Kapvergunning

Doordat de CPO en de Gemeente Beuningen bij de verkoop hebben afgesproken dat de gemeente de grond bouwrijp maakt voor het CPO, houdt dat in dat er 14 bomen gekapt moeten worden. De gemeente heeft daarom op 6 december 2017 een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het (doen) vellen van een houtopstand op de perselen Gemeente Beuningen, sectie F, nummers 2810, 2832, 2831 aan de Houtduiflaan tussen 28 en 30 in Beuningen.

Deze vergunning is verleend op 23 januari 2018 omdat de gemeente heeft geoordeeld dat de bomen gekapt mogen worden op basis van artikel 2.2 lid 1 sub g van de Wet algemente bepalingen omgevingsrecht en de Bomenverordening.

De aanvraag om vergunning voor het kappen van 14 bomen is getoetst aan de Bomenverordening 2012. Een vergunning voor het kappen van gemeentelijke houtopstanden wordt geweigerd als de belangen van de vergunningverlening niet opwegen tegen de belangen van het behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de in de Bomenverordening 2012 in artikel 6 genoemde waarden.

Hieronder vindt u een toelichting per in artikel 6 genoemde waarde voor deze bomen:

  1. Waarde van beeldkwaliteit
    Het huidige beeld van het gazon met bomen is prettig om te zien, maar de toekomtige woningen (bouwstijl 30-er jaren) hebben ook beeldkwaliteitswaarde. Nu is het en beetje eenverloren terrein. Met de woningbouw wordt ook de omgeving deels opnieuw ingericht en heeft toegevoegde beeldkwaliteitswaarde op een andere wijze.
  2. Cultuurhistorische waarde
    n.v.t. De bomen zijn aangeplant met de realisatie van de wijk en hebben verder geen geschiedenis.
  3. Waarde van vervangbaarheid
    n.v.t. Het betreft gangbare bomen, die niet onvervangbaar zijn.
  4. Natuurwaarde
    Iedere boom heeft natuurwaarde, maar dit zijn ‘sierbomen’ in een wijk. Deze maken geen onderdeeI uit van een groenstrook met hoge natuurwaarde.
  5. Bij zondere waarde
    n.v.t. Het zijn geen herdenklngsbomen o.i.d.
  6. Waarde van toekomstverwachting
    n.v.t. Het zijn gangbare soorten en dus vervangbaar
  7. Landschappelijke waarde
    n.v.t. De bomen staan in stedelijk gebied

De waarden van de te kappen bomen zijn niet dusdanig dat een van de genoemde waarden doorslaggevend is om de kapvergunning te weigeren. De bomen hebben individuele waarde, maar maken geen ondereel uit van de beeldbepaldende waardevolle structuren. Het bouwen van de woningen brent een verhoging van de beeldkwaliteit mee, omdat het nu verloren terrein is. Het belang van het bouwen van de woningen en daarvoor het kappen van de bomen is in dit geval groter dan het behoud van de bomen.

Met betrekking tot het groen en de bomen zijn zorgvuldige afwegingen gemaakt. Bij het ontwerpen van het plan is gekeken naar waardevolle structuren en de bomen die beeldbepalend zijn. Hieruit bleek dat de Plantanen waarde voor beeldkwaliteit hadden en moesten blijven staan. Het stedenbouwkundige plan is hierop aangepast. Verder is er nog volop groen in de directe omgeving aanwezig, zoals de groenstroken lans de Burgemeester van Suchtelenstraat en de Plantanen aan de Houtduiflaan.
De gemeente heeft daarbij nog aangegeven dat zij voornemens is om over een L-vormige groenstrook de omwonenden te vragen mee te denken over de invulling ervan.

Gezien het bovenstaande kon de kapvergunning verleend worden .

De buurtbewoners hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt en een verzoek tot een voorlopige voorziening aangevraagd. Het verzoek is door de rechtbank afgewezen bij mondelinge uitspraak op 27 maart 2018.

Aanvraag omgevingsvergunning ingediend

Op 24 november 2017 heeft Ariëns Biouw- en Adviesbureau namens de CPO Beuningen een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van 9 woningen op de percelen Gemeente Beuningen, sectie B, nummers 2822, 2826 en 2821 aan de Houtduiflaan 28a t/m 28e en Patrijslaan 25 t/m 31 in Beuningen.